| [GSP:IHZ-VPB ID:516300]Zo lang een fiscale eenheid bestaat is het toegestaan om de herinvesteringsreserve en het voornemen tot vervangen dat bij die herinvesteringsreserve behoort, bij twee verschillende vennootschappen binnen die fiscale eenheid te plaatsen. Er is dan, fiscaal gezien, immers maar één belastingplichtige. Bij een ontvoeging echter komt de ontvoegende vennootschap met de herinvesteringsreserve zonder voornemen tot vervanging te zitten. De herinvesteringsreserve valt dan, volgens de hoofdregel, vrij ten gunste van de belastbare winst in het eerste boekjaar ná de ontvoeging omdat in dát boekjaar voor het eerst niet meer aan de voorwaarde van het voornemen tot vervanging wordt voldaan. Art. 15aj, eerste lid, Wet Vpb 1969 plaatst de vrijval van de herinvesteringsreserve verplicht één jaar eerder en daarmee binnen de FE-periode. Dit artikel is ook van toepassing op de situatie dat het voornemen tot vervangen bij de ontvoegende vennootschap berust en de herinvesteringsreserve in de fiscale eenheid achterblijft. Als de vraag met 'ja' wordt beantwoord, dan is het verplicht om het bedrag van de vrijval van de herinvesteringsreserve in de vermogensvergelijking te vermelden als onttrekking uit de herinvesteringsreserve (#118386). Uiteraard wordt het bedrag van de onttrekking niet ingevuld in de rubriek 'afboeking herinvesteringsreserve op gekochte activa' (#119688). Op die wijze wordt bereikt dat de vrijval onderdeel wordt van de belastbare winst. | nl | http://www.xbrl.org/2003/role/commentaryGuidance | http://www.xbrl.org/2003/role/link |