| [GSP:IHZ-VPB ID:117466]Bereken het forfait van de eigenwoning aan de hand van het WOZ-waarde van de eigen woning (incl aanhorigheden) en de tabel volgens Wet IB2001, art 3.112, lid 1. De uitkomst afronden naar beneden op gehele getallen. Fictief voorbeeld berekening eigenwoningforfait met aanhorigheid: Hoofdverblijf met WOZ-waarde van € 200.000 en aanhorigheid heeft WOZ-waarde van € 50.000. Het eigenwoningforfait dan berekenen over € 250.000. | nl | http://www.xbrl.org/2003/role/commentaryGuidance | http://www.xbrl.org/2003/role/link |
| [GSP:VA-IHZ ID:507625]Bereken het forfait van de eigenwoning aan de hand van het WOZ-waarde van de eigen woning (incl aanhorigheden) en de tabel volgens Wet IB2001, art 3.112, lid 1. De uitkomst afronden naar beneden op gehele getallen. Fictief voorbeeld berekening eigenwoningforfait met aanhorigheid: Hoofdverblijf met WOZ-waarde van € 200.000 en aanhorigheid heeft WOZ-waarde van € 50.000. Het eigenwoningforfait dan berekenen over € 250.000. | nl | http://www.xbrl.org/2003/role/commentaryGuidance | http://www.xbrl.org/2003/role/link |
| [GSP:VA-IHZ ID:507625]De volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de als hoofdverblijf geldende woning vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar/aangiftejaar valt. Indien een eigen woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de eigenwoningwaarde gesteld op het gedeelte van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegekend aan de woning. Met betrekking tot de eigen woning ter zake waarvan het tweede lid van artikel 3.112 geen toepassing kan vinden door het ontbreken van een op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde, is de eigenwoningwaarde de waarde van de woning die wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de Wet onroerende zaken, artikelen 16 tot en met 18, 20, tweede lid en de Wet IB 2001, artikel 3.112, tweede lid, tweede volzin. | nl | http://www.xbrl.org/2003/role/documentation | http://www.xbrl.org/2003/role/link |
| [GSP:IHZ-VPB ID:117466]De volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de als hoofdverblijf geldende woning vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar/aangiftejaar valt. Indien een eigen woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de eigenwoningwaarde gesteld op het gedeelte van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegekend aan de woning. Met betrekking tot de eigen woning ter zake waarvan het tweede lid van artikel 3.112 geen toepassing kan vinden door het ontbreken van een op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde, is de eigenwoningwaarde de waarde van de woning die wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de Wet onroerende zaken, artikelen 16 tot en met 18, 20, tweede lid en de Wet IB 2001, artikel 3.112, tweede lid, tweede volzin. | nl | http://www.xbrl.org/2003/role/documentation | http://www.xbrl.org/2003/role/link |
| WOZ-waarde eigen woning hoofdverblijf | nl | http://www.xbrl.org/2003/role/label | http://www.xbrl.org/2003/role/link |